OssenhoornblazenHet gebruik zou volgens een algemeen verbreide opinie zijn oorsprong vinden in de Germaanse joelfeesten, de feesten die zich afspeelden rond de midwinter-zonnewende (21 december). De voorloper van de midwinterhoorn, de ossenhoorn, zou rond die tijd geblazen zijn om de god Odin of Wodan te helpen bij zijn jacht op de wolf Fenrir, die de zon verslindt waardoor het altijd donker zal zijn. Als Wodan er in slaagt de Fenrir te verjagen, dan zal het licht terug kunnen komen.

Zowel de ossenhoorn als de midwinterhoorn werden ook als communicatiemiddel gebruikt. Zo is in Drenthe de boerhoorn bekend. Deze werd door de boerrichter, die aan het hoofd van de boerschop stond, gebruikt om de boeren bijeen te roepen. Van de midwinterhoorn is onder andere bekend dat hij in de grensstreek gebruikt werd om smokkelaars te waarschuwen voor de politie.

Van der Ven en Voskuil
De volkskundige Dirk Jan van der Ven suggereerde dat het midwinterhoornblazen een eeuwenoude traditie was die bedoeld zou zijn om 'de boze machten angst aan te jagen'. J.J. Voskuil meende daarentegen dat deze 'uitgevonden traditie', dan wel de wedergeboorte van het midwinterhoornblazen juist met diezelfde Van der Ven op 4 september 1919 begint. Na de Tweede Wereldoorlog werd in Twente deze 'traditie' opnieuw leven ingeblazen door het vanaf 1953 organiseren van wedstrijden midwinterhoornblazen.